February 6th, 2009
God Bless Allah!
Deze tekst prijkt op de achterkant van een volgeladen poda-poda ( taxibusje waar je alles in kan vervoeren en het liefst zo veel mogelijk!)
Een geweldige tekst en zeer typerend voor de manier waarop ze in Sierra Leone met geloof omgaan.
Meer dan de helft van de bevolking is moslim en de rest christen, daarnaast zijn er veel traditionele geloofsovertuigingen vol mystiek, whichcraft en secret societies.
Maar een ding hebben ze allemaal gemeen, er is een god en hoe je die noemt of hoe je die wil vereren moet iedereen zelf weten. Swingend in de kerk of op een matje richting Mekka of dansend met witte kalk geschminkte gezichten dat maakt verder niet uit.
In bijna ieder gerespecteerd dorp vind je wel een kerk en een moskee. De wit gepleisterde minaretten steken prachtig af tegen de groene omliggende heuvels.
De kerk en de moskee zijn ook ontmoetingsplaatsen waar vele sociale activiteiten plaatsvinden. Er is altijd leven en handel in de buurt.
In het ziekenhuis beginnen we de dag altijd met het ochtend gebed. En hoewel ik zelf niet zo’n bidder ben, ben ik in de loop van de tijd gehecht geraakt aan dit ritueel. Er wordt geklapt, gezongen, bedankt, gewenst en gebeden voor de zieken, eerst tot God en daarna tot Allah. Deze gebeden gaan naadloos in elkaar over en iedereen doet met alles mee, er is voor ieder wat wils.
De patiënten die enigszins sterk genoeg zijn om hun bed te verlaten staan ook vrolijk mee te zingen en te klappen.
Het is indrukwekkend om te zien wat een enorme kracht er van deze mensen uitgaat.
Voor velen geeft het geloof een houvast en een structuur in een verder vaak onzeker bestaan.
Soms is het ook een verklaring voor het plotseling overlijden van een vriend of familielid. De dokter blijft bijna altijd buiten schot. Meerdere malen heb ik machteloos toegekeken hoe mijn patiënten de laatste adem uitbliezen, mij in frustratie en schuldgevoel achterlatend wat heb ik over het hoofd gezien, heb ik wel alles gedaan wat ik kon: Meerdere malen heb ik dan een hand op mijn arm gevoeld: “ Doctor thank you, you have tried, but God decided to take him.”
Terwijl zij zwijgend het dode lichaam van hun dierbare in lappen wikkelen om mee naar huis te nemen moet ik mijn tranen wegslikken of soms even naar huis lopen om mezelf weer bij elkaar te rapen.
Het afscheid van een dierbare gaat niet altijd zo rustig, over het algemeen gaat het gepaard met zeer hevige emoties. Een moeder die haar kind verliest kan soms uren radeloos over het ziekenhuis terrein rennen, terwijl ze zich intermitterend ter aarde stort om met haar vuisten op de grond te slaan. Ook de vaders laten hun tranen vaak de vrije loop.
Het gehuil en gejammer klinken schril in de stille vredige tropen nacht, het gaat door merg en been en het is iets waar ik nooit aan gewend zal raken.
Als patiënten die al langere tijd in het ziekenhuis liggen plots overlijden kan de hele zaal massaal in gejammer uitbarsten, inclusief alle familieleden en caretakers.
Er is weinig privacy en de patiënten weten alles van elkaar, de afdeling is vaak ook een gezellige boel met gekwebbel, geroddel, haren vlechten, samen koken, samen eten. Soms slapen ze bij elkaar in bed en de families met elkaar op een mat op de grond. ’s Avonds bij het schaarse licht van een olielampje struikel je dan over uitstekende benen en alle mensen die in kluitjes op de grond verspreid liggen.
Ze voelen zich met elkaar verbonden en treuren en lachen dan ook samen, moslim of christen.
Een tolerantie waar ze op sommige andere plekken in de wereld nog iets van kunnen leren….















